100 ton bunkerbeton vindt nieuw onderkomen

‘Kom maar op met die 100 ton gesloopt beton, daar gaan we iets bijzonders mee doen’, kreeg Peter de Krom van Stichting Stelling 33 te horen nadat hij bedrijven had gevraagd om het beton van een stuk bunker uit ‘s-Gravenzande te adopteren. Het bleek geen loze toezegging. Dick Eerland (Circulair Mineraal) en Cor Hoogeveen (Eterno Minerals of the world) hielden woord en zo transformeerde 100 ton oud Duits bunkerbeton in nieuwe terrazzovloeren voor de Koninklijke Nederlandse Munt in Houten en de pilotbunker van Cocondo. Het proces is nu te zien in een korte film.

In 2019 probeerde Stichting Stelling 33, de stichting die zich inzet voor het behoud en herbestemming van militair erfgoed uit de 2e Wereldoorlog, een stuk oude Duitse bunker te redden van de sloop. Dat lukte niet. Maar de visie om de oude bunker te behouden, vormde wel het startsignaal voor een nieuwe circulaire toepassing van beton. Op de vraag van De Krom ‘Wie wil 100 ton beton adopteren en een nieuwe bestemming geven?’ meldden namelijk twee bedrijven zich aan: Circulair Mineraal en Eterno Minerals of the world. Zowel Eerland als Hoogeveen hadden sympathie op voor het project opgevat en zeiden tegen elkaar: we gaan tot het uiterste om dit voor elkaar te krijgen.

Beton vindt nieuwe bestemming

Door de gezamenlijke inspanning lukte het om de hele 100 ton een nieuwe bestemming te geven. Negentig procent van het verdedigingswerk vormt nu de vloer van De Koninklijke Nederlandse Munt in Houten, de andere tien procent vond de weg terug naar de Atlantikwall. Om precies te zijn in de pilotbunker van Cocondo in Hoek van Holland. Deze oude telefoonbunker in het Vinetaduin is afgelopen jaar gerenoveerd en getransformeerd tot een ecologisch vakantieverblijf. Een plek waar historie en toekomst door circulariteit en design verenigd zijn. De terrazzovloer vertelt daarbij een deel van het verhaal.

Zuivere stromen

Eerland is een pionier en weet hoe moeilijk het is om innovatieve projecten van de grond te krijgen, maar ziet ook dat door gezamenlijk op te trekken er veel mogelijk is. Zo verenigde hij zes sloopbedrijven. Met hen werkte hij de laatste vijf jaar aan de CM-breker. Dit is een aangepaste Kleemann-breker waarin betoncomponenten onder druk worden schoongewreven, waarna de fracties gezeefd worden. Dit innovatieve proces stelt Circulair Mineraal in staat om alle betoncomponenten te herwinnen. Niet alleen de kiezels, ook het cement en zand. Zo werden de stromen van de bunker uit 1943 van elkaar gescheiden tot zuivere nieuwe grondstoffen die volwaardig hergebruikt werden.

Betere kwaliteit

De kwaliteit van de terrazzovloeren in De Munt en Cocondo is door het herwonnen materiaal zelfs nog beter geworden, volgens Hoogeveen. Doordat de grondstoffen al een keer gebruikt zijn, is het oppervalk als het ware geëtst. Daardoor hechten de componenten nog beter.

Maar ook esthetisch won de terrazzovloer aan kwaliteit. Na het polijsten kwamen fracties van de oude kiezels en het oude cement tevoorschijn, waardoor de vloer een extra gelaagdheid krijgt.

Bunker in een bunker

Benieuwd hoe de bunker werd verwerkt in een bunker?

In de video (https://youtu.be/0vMep6tVjvo) is het hele verhaal in beeld gebracht.

GROENE WERELDPRIMEUR IN HARTJE NEDERLAND

Gereformeerd Vrijgemaakte Kerk De Levens- bron in Nijkerk beleefde afgelopen najaar een wereldprimeur. De nieuwe vloer van het kerk-
gebouw was de eerste ooit die met een elektrische dubbele vlindermachine op accu werd afgewerkt. En de vloer zelf was ook al behoorlijk vooruitstrevend.

Logische keuzes
Door coronamaatregelen wordt het afgeraden om met meer dan dertig mensen tegelijk een kerkdienst bij te wonen. Dertig is maar een klein percentage van het aantal leden dat De Levensbron normaal gesproken verwelkomt bij de diensten. Erg vervelend voor de GVK-gemeente maar als God een deur sluit opent hij ergens anders een venster, luidt het gezegde. De beperkende maatregelen maakten het namelijk wel mogelijk om het kerkgebouw een broodnodige opknapbeurt te geven. De Levensbron is in de jaren tachtig van de vorige eeuw gebouwd. In de decennia daarna is het gebouw diverse keren opgefrist en uitgebreid. De laatste keer was in 2007, toen is ook een nieuwe vloer aangebracht; een siergrindvloer. Een logische keuze want de vloer wordt veel belopen en dit type vloerafwerking, dat je ook veel in autoshowrooms ziet, slijt niet snel. Evengoed was hij na een jaar of tien wel aan vervanging toe, vooral omdat er als gevolg van het uit- en aanbouwen diverse scheuren in waren gekomen. Bij de keuze voor een nieuwe vloer viel siergrind af, dat bleek toch minder goed en gemakkelijk schoon te houden dan gedacht. De keuze voor een nieuwe nette en goed te onderhouden vloer was snel gemaakt. Een van de kerkgangers van de Levensbron is namelijk Richard Hoogeveen die samen met zijn vader Cor vloerenbedrijf Eterno Minerals of the World runt. Het bedrijf levert onder meer monolitisch afgewerkte betonvloeren, en dat type vloer leek het kerkbestuur zeer geschikt. “Een monolietvloer is gemakkelijk te onderhouden; je hoeft niet ieder jaar de hele ruimte leeg te halen om een nieuwe coating aan te brengen”, zegt Richard Hoogeveen. “Daarnaast heb je niet snel last van krassen en heeft hij een moderne uitstraling die goed bij deze ruimte past.”

Afwijkende visie

Uiteraard waren er uitdagingen; bijvoorbeeld de beschikbare hoogte en de hoogte van het budget. Normaal gesproken is een monolithische betonvloer minstens 7 cm dik. Om dat in de zaal kwijt te kunnen, hadden de siergrindvloer én de ondervloer eruit gemoeten. Dat zou te kostbaar worden. Daarom is de keuze gemaakt de siergrindvloer alleen te schuren en te primeren omwille van de hechting en er een overlaging van slechts 20 mm dik op aan te brengen. Risico van zo’n dunne betonvloer is wel dat er scheuren in kunnen komen; er is immers geen ruimte voor wapening. Volgens Cor Hoogeveen ligt dat iets genuanceerder. “Een cementvloer scheurt vrijwel altijd, door krimp en droging en door werking in de constructie. Wapening voorkomt dat niet maar zorgt ervoor dat scheuren zo goed mogelijk worden verdeeld. Maar dat gaat hij dus pas doen als er een scheur in de vloer zit. Een gewapende vloer zonder scheuren had je dus eigenlijk niet hoeven wapenen”, stelt de betontechnoloog.

Lees hier het complete artikel.

Bron:Mebest Februari

Tekst: Klokhuys
Fotografie: Klokhuys tekst en foto, Eterno Minerals of the World

EMISSIE-LOOS VLINDEREN

EMISSIELOOS VLINDEREN: Emissie-loos werken was de eis in de Maastunnel in Rotterdam, omdat de voetgangerstunnel tijdens werkzaamheden niet of nauwelijks werd geventileerd. In samenwerking met Eterno Minerals of the World en Beton Werken Nederland (BWN) heeft Bonum een accu-aangedreven vlindermachine ontwikkeld die sinds september wordt ingezet.

Veiligheid doorslaggevend ‘Voor veel bedrijven is het beperken van de CO2 -uitstoot een belangrijke reden om over te stappen op emissie-loos draaien’, vult Johan van Veen van Beton Werken Nederland aan. ‘Toch gaf dat voor ons niet de doorslag. De veiligheid van onze medewerkers is de reden dat we zijn overgestapt op de accu-aangedreven vlindermachine. Koolmonoxidevergiftiging komt in ons vak helaas vaak voor. We werken met strakke schema’s – een betonvloer heeft nu eenmaal een bepaalde uithardingstijd – en de monolietwerkzaamheden vinden vaak plaats als er verder niemand meer op de bouwplaats aanwezig is. Daardoor ontbreekt ook het sociale toezicht. Tel daarbij op dat er nauwelijks ventilatie aanwezig is. Door de ‘Meer dan de helft van de vlinderwerkzaamheden vindt buiten plaats. In tunnels, op wandelpaden en bruggen en in winkelcentra. Daarnaast wordt de techniek veel binnen toegepast, bijvoorbeeld om betonvloeren in grote (fabrieks)gebouwen af te werken. De ronddraaiende beweging van de vlindermachine zorgt voor een gladde beton- of terrazzovloer met een dichte structuur.’ Het is de laatste laag, maar juist dan is het volgens Cor Hoogeveen van Eterno Minerals of the World zo belangrijk om emissieloos te kunnen werken. ‘Enerzijds om de geluidsoverlast te beperken, maar ook omdat ruimtes vaak al afgesloten zijn en er geen of weinig ventilatie is.’ Accu-aangedreven werken voorkomt koolmonoxidevergiftiging. Het is veel veiliger werken met een accu-aangedreven vlindermachine, omdat de machine geen uitstoot heeft. Bij uitstoot van de verbrandingsgassen ontstaat er een gevaarlijke mix waarbij koolmonoxidevergiftiging op de loer ligt.’ Hij legt uit dat het verleidelijk is om nog even een kwartiertje door te gaan, maar dat die verleiding er in het verleden al een paar keer voor zorgde dat mensen te veel schadelijke dampen inademden en op de EHBO bij het ziekenhuis terechtkwamen. ‘Dat is niet voorbehouden aan ons bedrijf, iedereen in onze branche kent de risico’s. Door met twee mensen te werken, kun je een deel ondervangen, maar het gevaar is altijd aanwezig. Het is zelfs levensgevaarlijk. Door het inademen van de koolmonoxide raak je eerst bewusteloos en zak je op de grond. Doordat koolmonoxide zwaarder is dan lucht kom je in een hoge concentratie terecht en is overlijden het gevolg’

Geluidloos: Een ander aspect van vlinderwerkzaamheden is dat deze meestal plaatsvinden in de stedelijke omgeving; met winkelend publiek, tussen woningen en in bijvoorbeeld de industriële omgeving. ‘Omdat de vloer geschuurd wordt, zal vlinderen nooit geluidloos worden, maar door de accu behoren motorgeluiden – die vaak als hinderlijk worden ervaren – wel tot het verleden. Daardoor is de overlast voor de omgeving beperkt.’ Inmiddels heeft BWN vijf accu-aangedreven vlindermachines (vier kleine en een grote) in gebruik. ‘Zelfs onze meest sceptische medewerkers zijn om. Dat komt mede doordat ze met de accuvlinder veel nauwkeuriger kunnen werken. Bij betonvloeren moet de motor in het begin hard werken, door de elektrische aandrijving kun je het toerental veel rustiger opvoeren.’

Accuprestaties: Dat de machine hard moet werken in het begin is ook aan de accuprestaties te merken. ‘Het eerste uur moet de vlindermachine veel werk verzetten door de weerstand van het beton. Daardoor moeten na ruim een uur de accu’s vervangen worden. Naarmate de uren verstrijken, gaat dat echter beter; hoe gladder de vloer hoe langer de accu meegaat, tot wel drie uur.’ De accuprestaties worden overigens ook beïnvloed door de bewerkingsslag, de samenstelling van het mengsel en de droogtegraad; een dichte plaat op de vers gestorte vloer vraagt veel meer van de accu dan de latere afwerking. ‘Over het algemeen gebruiken we drie accupakketten per dag’, vervolgt Van Veen. ‘Dat zijn de accu’s die we meenemen naar de bouwplaats. Dat verwisselen is overigens een eenvoudig karweitje. De lithiumaccu’s hebben een grote power-stekker en wegen slechts 11 kilo per stuk. Met de snellader (230 V) zijn ze in minder dan drie uur weer op volledige kracht.’ Volgens hem is het vervangen minder werk dan benzine bijvullen. ‘Dat moet heel precies gebeuren om morsen tegen te gaan, anders krijg je nare vlekken in de nieuwe betonvloer.’ De vraag is wel: waarom is er niet gekozen voor een grotere accu. Van Veen: ‘Het gewicht van de machine is bij vlinderen heel bepalend. Vooral bij aanvang wil je dat de machine zo licht mogelijk is, terwijl je bij de laatste keer vlinderen wel wat extra gewicht wilt hebben. De dubbele machine weegt zo’n 170 kilo en daar komt het gewicht van de bestuurder bij. Daarmee is de balans gevonden.’

Gebruikmaken van de voordelen: Gerrit Bisschop, technisch specialist bij Bonum, werkte het concept voor Van Veen uit. ‘Het eisenpakket was beperkt, BWN wilde minimaal een uur ongestoord kunnen doorwerken en de machine mocht niet te zwaar zijn. Belangrijk was daarnaast dat de bediening en het bewerkingsresultaat identiek zijn aan de bekende machines met verbrandingsmotor! Voor het eerste concept gingen we uit van een omgebouwde benzinevlinder; om daar vervolgens weer snel op terug te komen. Ondanks het redelijke eisenpakket moesten we het hele technische ontwerp volledig herzien; alles moest anders en verbeterd worden.’ Bisschop legt uit dat het karakter van een benzineaangedreven machine daar debet aan is. ‘Een benzinevlinder moet eerst toeren maken, terwijl een elektrisch aangedreven motor direct aan de slag gaat. Dat was direct ook een voordeel waar we dankbaar gebruik van maakten. De accumachine kun je traploos starten en opvoeren; er is geen kritisch punt.’

De toekomst: Hoe ziet de toekomst voor de accuvlinder er volgens Van Veen uit? ‘Er is veel belangstelling voor. Ook vanuit het buitenland. Voorlopig verhuren we onze vlindermachine. We willen namelijk nog wat meer uren draaien en feedback krijgen vanuit de markt. Maar inmiddels is de accuvlinder wel opgenomen op de Milieulijst van RVO. Bij aanschaf kan er MIA en Vamil aangevraagd worden.’ Daarnaast kijken hij en Bisschop naar mogelijkheden voor afstandsbesturing. ‘Dat is nog toekomstmuziek, maar ik denk dat het belangrijk is om ook in te spelen op de digitalisering. Het is moeilijk om jonge mensen enthousiast te maken voor ons vak. Als ze de machine kunnen besturen alsof het een game is, dan verwacht ik dat ons beroep veel aantrekkelijker wordt voor jongelui.’ Zelfs de meest sceptische medewerkers omarmen de accuvlinder, omdat ze er veel nauwkeuriger mee kunnen werken.

Bron: 44 BouwMachines 1 > 29 januari 2021

Tekst: Katja van Roosmalen; foto’s: BWN

100 TON BUNKERBETON

100 TON BUNKERBETON

TOEN IN 2017 TWEE HUIZEN IN ‘S-GRAVENZANDE WERDEN GESLOOPT KWAMEN ER UITZONDERLIJKE FUNDERINGEN TEVOORSCHIJN: TWEE DUITSE BUNKERS UIT DE TWEEDE WERELDOORLOG VAN STELLING 53. DE BUNKERS WERDEN BLOOTGELEGD OM OPNIEUW ALS FUNDERING TE DIENEN. DIT KEER VOOR ÉÉN GROOT HUIS.

Twee gecamoufleerde scherfmuren van elk 6 meter lang en 4,5 meter hoog pasten niet in het nieuwe funderingsplan en moesten wijken. Stichting Stelling 33 zocht daarom samen met de eigenaar naar een gepaste oplossing. 

Er werd samen met de gemeente Westland en gemeente Rotterdam onderzocht of de muren konden worden afgezaagd en verplaatst. Dit kon echter door de tijdsdruk net niet doorgaan. De muren werden daarom op conventionele wijze gesloopt waarna plan B in werking trad: het vinden van een gepaste nieuwe bestemming voor de 100 ton aan gesloopt bunkerbeton. 

Voor alle oorspronkelijke ingrediënten uit het beton is inmiddels een bestemming gevonden.

Van het wapeningsijzer worden door een ijzersmid kledinghangers en lampen gemaakt als onderdeel van de cocondo collectie. Uit het beton zijn alle grondstoffen volledig teruggewonnen en circulair ingezet bij duurzame nieuwbouwprojecten, waaronder terrazzovloeren in de nieuwe Koninklijke Munt en de pilotbunker van cocondo.

Om alle grondstoffen uit het bunkerbeton te kunnen recyclen is twee jaar lang gezocht naar partijen die het aandurfden. Het werd een zoektocht die vooral aantoonde hoe conservatief de wereld van bouw en recycling kan zijn. Toch vonden we twee mensen die het aandurfden: Dick Eerland van Circulair Mineraal en Cor Hoogeveen van Eterno Minerals of the World.

Voor het terugwinnen van alle grondstoffen is gebruik gemaakt van de bijzondere CM-breker van Circulair Mineraal. Deze installatie, opgebouwd uit eveneens gerecyclede machines, scheid het zand, grind en cementsteenpoeder weer volledig van elkaar. Het zand en grind zijn geschikt voor inzet als toeslagmateriaal voor nieuw beton. Het cementsteenpoeder is een vulstof, geschikt voor inzet in de betonindustrie voor de productie van zelfverdichtend beton.

Het grind en zand is door Eterno Minerals of the World gebruikt voor twee bijzondere terrazzo-projecten. In de nieuwe Koninklijke Munt is er een 90 ton verwerkt in de terrazzovloer van de ontvangstruimte. Waarop na voltooiing de munt werd geslagen in het kader van 75 jaar vrijheid. Van de overige 10 ton wordt momenteel een terrazzovloer, keukenblad en wasbak gemaakt in de pilotbunker van cocondo.

Stichting Stelling 33 beoogt met het project niet alleen bewustwording te creëren over het verleden van beton, maar ook hoe we er in de toekomst op duurzame wijze gebruik van kunnen blijven maken. De betonindustrie is één van de meest vervuilende industrieën ter wereld. De grondstoffen zijn echter circulair inzetbaar. En zolang er nog veel oud beton wordt gesloopt, is het verstandig hier bewust mee om te gaan. 

Bron: Stelling33

Curing vilt is voor ons een must

“Curing vilt is voor ons een must!”
Vilton curing vilt is een speciaal ontwikkeld vilt voor het nabehandelen en beschermen van verse betonvloeren. Het voorkomt het uitdrogen en scheuren van het betonoppervlak. Cor Hoogeveen, CEO van Eterno Minerals of the world, is een enthousiaste gebruiker van curing vilt. “We gebruiken het bij al onze projecten.”

Cor Hoogeveen gebruikt het vilt bij al zijn projecten. Zo ook bij de renovatie van de voetgangerstunnel van de Maastunnel. De Maastunnel, de oudste afgezonken tunnel van Nederland, verbindt in Rotterdam de oevers van de Nieuwe Maas met elkaar en bestaat uit vier buizen: twee voor auto’s, één voor fietsers en één voor voetgangers. Uit onderzoek in 2011 bleek dat het beton van de Maastunnel in de loop der jaren was aangetast. Daarnaast moest dit rijksmonument voldoen aan de nieuwe eisen voor veiligheid in tunnels. Een grootschalige renovatie was nodig. Deze is na 3 jaar werken in 2020 afgerond.

Herstel van de ondervloer
De Maastunnel is een samenwerkingsverband tussen de Gemeente Rotterdam en bouwcombinatie CAM, bestaande uit Mobilis TBI, Croonwolter&dros en Nico de Bont. De bouwcombinatie kreeg de opdracht om de renovatie en restauratie van de Maastunnel in goede banen te leiden.
Eterno Minerals of the world werd ingeschakeld voor het herstellen van de vloer van de voetgangerstunnel. Cor Hoogeveen vertelt: “In opdracht van Rowij Bouwchemie zijn wij aan de slag gegaan met de restauratie van de vloer van de voetgangerstunnel. Deze was in de loop van de tijd versleten en beschadigd en moest weer in de oude stijl teruggebracht worden. De tunnel – met een lengte van circa 590 meter – kreeg een nieuwe constructieve ondervloer van beton met een Eterno Chrono toplaag van 2 cm.” De logistiek maakte de werkzaamheden aan de voetgangerstunnel uitdagend, vertelt de CEO: “De tunnel was voor de vakmensen alleen maar bereikbaar via een lift, ook het materiaal moest met de lift. De onderlaag van het beton hebben we met een betonpomp aangelegd met 400 meter leiding eraan vast. Betonmortel verpompen onder deze omstandigheden is een behoorlijke prestatie en hadden we nog nooit eerder zo gedaan. Al met al een spectaculair proces met een fantastisch eindresultaat: de vloer is prachtig gemêleerd en gaat weer heel wat jaren mee.”

Voordelen curing vilt
De onderlaag van het beton in de voetgangerstunnel werd door de vakmensen van Eterno Minerals of the world afgedekt met curing vilt dat speciaal ontwikkeld is voor het nabehandelen en beschermen van vers beton. Het vilt bestaat uit een onderlaag van folie met daarop een laag van gerecycled vilt. Daar bovenop is een slijtlaag aangebracht die het mogelijk maakt om het vilt te belopen, maar die toch bescherming biedt aan betonnen vloeren en siervloeren. Curing vilt laat het aanwezige vocht in het beton langzamer verdampen, hierdoor kan de chemische reactie ongestoord doorgaan. Ook worden temperatuurschommelingen gedempt en wordt de warmte die vrijkomt bij het hydratatieproces vastgehouden. Doordat de warmte in het beton blijft, neemt het beton sneller in sterkte toe, het oppervlakte van het verse beton droogt niet uit en krimpscheuren worden voorkomen.

Bijzondere projecten
Eterno Minerals of the world werkt aan mooie projecten in binnen- en buitenland. “Bedrijven schakelen ons niet in voor het reguliere betonwerk, zoals vloeren van grote bedrijfshallen, maar bijzondere projecten. “De voetgangerstunnel van de Maastunnel is een voorbeeld van zo’n project, maar ook het hoofdkantoor van AFAS, waar we mooie terrazzovloeren hebben gelegd. Ook bij het Erasmus Medisch Centrum hebben we een prachtige terrazzovloer en traptreden aangebracht.” Cor Hoogeveen werkt graag met Vilton curing vilt. “Curing vilt is voor ons een must! Het beschermt het beton tegen uitdrogen, is 100% werkzaam en gebruiksvriendelijk. We gebruiken al jaren curing vilt bij al onze projecten voor het nabehandelen en beschermen van vers beton. Het is gewoon een prettig product en de kwaliteit is goed.”

Bron: Vilton.nl

Mebest: Stijlvol parkeren.

Als iets een matig imago heeft dan is het wel de parkeergarage. Schemerig, viezig, krap en prijzig zijn omschrijvingen die op het gros van toepassing is. Scheveningen doet het anders. De parkeergarage die zo’n beetje ónder de plek van het vroegere Palace Hotel is gemaakt, is ronduit chique.

Van pronkstuk tot patatboulevard Grand Hotel, het Savoy, Oranje hotel, Palace hotel, Rauch, Hotel des Galeries, Kurhaus. Klinkende namen uit het verleden, toen Scheveningen nog een chique badplaats was. Van die voorname gebouwen is alleen het Kurhaus nog over; de rest is gesloopt in de jaren zeventig, tachtig of – in het geval van het Oranje hotel – gesneuveld in de oorlog. De klasse en grandeur van Scheveningen verging het niet veel beter en ook de populariteit van de badplaats bevindt zich in een neerwaartse spiraal. De bezoekersaantallen zijn van 20 miljoen per jaar teruggelopen tot 14 miljoen. In de Palace Promenade – die voor het gelijknamige hotel in de plaats kwam – zijn de exclusieve boetieks verdrongen door meer alledaagse winkels. En de ooit zo mondaine flaneerboulevard gleed af tot een onaantrekkelijke patatboulevard waar je niet gezien wil worden. De gemeente Den Haag wil het tij keren en verdere teloorgang van de badplaats stoppen. Sterker nog, de grandeur moet weer terug op de boulevard. Dat is ook de slogan van het reanimatieplan dat de gemeente samen met investeerder Hommerson uitvoert. “Den Haag de openbare ruimte, wij de gebouwen”, schetst architect Wim de Bruijn de taakverdeling.

Het hele jaar door De Zuidboulevard, tussen het Kurhaus en de haven, is al gedaan. En de upgrade van de Noordboulevard is al een eind op streek. Alles is afgebroken, zowel de wandelboulevard als de horecapanden, en vervangen door nieuw. “Op de kop van de boulevard komt nog een stijlvol paviljoen”, zegt de Rotterdamse architect. “Dan hebben we zo’n 4 a 5.000 m2 nieuwe horecagelegenheden.” Dat klinkt vooral als veel, maar volgens de Bruijn staat kwaliteit voorop. “In de zomer, als de zon schijnt en de zee lonkt, is in Scheveningen alles makkelijk, dan komen de mensen wel. De periode van november tot en met februari is echter een uitdaging. Daarom hebben we horeca gemaakt met terrassen voor de zomer maar waar je in
najaar, winter en het vroege voorjaar ook bínnen kwaliteit kunt bieden. Tóprestaurants waar mensen graag voor naar Scheveningen komen.
Voorwaarde is dan wel dat ze vlakbij kunnen parkeren. Vandaar dat we ónder die horeca een parkeergarage hebben gemaakt.”

Parkeren ín het duin Er was ruimte nodig voor het ambitieuze plan. Veel meer ruimte dan de oude situatie bood. Voortbordurend op de ideeën van de Spaanse architect Morales die de Zuidboulevard herinrichtte, heeft ook de nieuwe Noordboulevard ronde vormen gekregen. “We hebben hem naar het strand laten uitbuiken”, zegt De Bruijn. “Daardoor kregen we meer ruimte voor de horeca. En voor iets dat nog nooit eerder was gedaan, een
kelder ín het duin, in de zeewering dus.” Razend spannend voor een land dat al eeuwen strijdt tegen het opkomende water. “Er is geen gevaar”,
ontnuchtert de architect. “Waterveiligheid wordt in ons land uitgedrukt in zandkorrels. Hoe dikker de zandlaag in de raai (het gebied van net achter
de duinen tot 800 meter in zee), hoe veiliger. Met een kelder in het duin haal je weliswaar zand weg, maar door de stroming spoelt er hier voor de deur doorlopend zand aan. Dat komt van Scheveningen Haven en daar wordt het steeds weer aangevuld door de Zandmotor die Rijkswaterstaat bij Terheijde heeft aangelegd. Het strand bij de Noordboulevard, en dus de veiligheidsbuffer, wordt dus steeds breder.” Comfortabel parkeren. De parkeergarage in het duin heeft drie lagen, een 0, een -1 en een +1. De horeca is deels bovenop laag 0 en tegen laag +1 aan gebouwd. Op het dak van de parkeergarage en het horecagebouw is een 12.000 m2 groot duinpark gemaakt. Dat je in Scheveningen onder je favoriete restaurant kunt parkeren of in je zwembroek in een paar stappen van de parkeergarage over de boulevard naar het strand kunt lopen is pure luxe. Luxe die hoort bij een badplaats met grandeur. “Daar past geen nauwe, lage, vieze parkeergarage bij”, vindt De Bruijn. ”We wilden hem juist comfortabel. Hij moest extra kwaliteit hebben en een bijzonder gevoel meegeven. Daarom hebben we de entree van de parkeergarage in een soort

art deco stijl uitgevoerd, net als de gevel van het horecagebouw. Een nadrukkelijke verwijzing naar de glorietijd van Scheveningen en de grandeur die we willen terugbrengen. En bij zo’n entree horen vloeren en trappen van terrazzo.” Tevreden over eerdere samenwerkingen benaderde de architect Tomaello BV voor het prestigieuze project aan de kust. Het bedrijf uit Vlaardingen had al vaker aan zee gewerkt. “De beste plek om beton of terrazzo te testen is de boulevard”, zegt Giulio Tomaello. “Zon, zee, zout, zand en toeristen; ze trekken een flinke wissel op het materiaal. Het mooie van terrazzo is dat het weliswaar vervuilt en veroudert, maar er weer uitziet als nieuw als je er een millimeter afschuurt.” Natuurlijk moet het niet alleen esthetisch in orde zijn, constructief moet het ook kloppen. En dat was hier soms wel een uitdaging, aldus de terrazzoman. “Nu de parkeergarage klaar is zie je alleen het eindresultaat, en niet het verhaal erachter. Maar in feite was alles een kunststukje; de mallen, de wapening, het mengsel, het schuren, het plaatsen.” Geen enkele trap was gelijk. Vooral de curves maakten het lastig om de bekisting te maken en te zorgen dat ze allemaal perfect op elkaar zouden aansluiten. Puzzelen met staal en beton
Tomaello BV maakte de tien trappen allemaal prefab, in de werkplaats in Vlaardingen. Vier trappen zijn van beton en hebben een identieke vorm. De overige zes zijn uitgevoerd in terrazzo en hebben elk een ander formaat en een andere vorm. Een aantal trappen heeft een curve en dat maakte vooral het maken van de bekisting een lastig verhaal. “Door die curve komt er veel
spanning op de bekisting te staan. Als je stort, dan kan de druk van het beton ervoor zorgen dat de bekisting wat gaat wijken. En dat kan een
probleem zijn als je de trappen gaat plaatsen. Het is allemaal millimeterwerk.” De trappen moeten ook als vluchtweg gebruikt kunnen worden. Dat betekent dat ze berekend moeten zijn op een grote hoeveelheid mensen die er tegelijkertijd overheen gaat. Vanwege die mogelijke piekbelasting moest Tomaello een extra zware wapening toepassen. “Er zat soms zoveel wapening in de kist dat je je afvroeg waar de korrels dan moesten komen. En dan moet je vanwege de kustomstandigheden ook nog eens meer dekking op die wapening realiseren dan normaal. Maar je bent ook gebonden aan de maten van de trap want hij moet wel passen. Op
sommige plekken ging dat gewoon niet samen. Dan is het een kwestie van heel veel puzzelen, schuiven en meten om een goede technische
oplossing te vinden.” Zoals gebruikelijk bij prefab terrazzowerk zijn
de trappen op de kop gestort. Na het ontkisten moesten ze dus worden gekeerd om ze te kunnen schuren. Doordat de bordessen waren aangestort
zorgde dat voor spannende momenten.

“De aanDoor al die decoraties is het echt een kunstwerk geworden Het logo, midden in de gang van de entree, symboliseert met kleur en afbeeldingen waar Scheveningen voor staat: zon, zee, strand en gastvrijheid. gestorte bordessen zorgen voor wat ongebruikelijke vormen en andere zwaartepunten dan bij een simpele rechte trap”, legt Tomaello uit. “En doordat geen trap hetzelfde was, heb je steeds met een andere gewichtsverdeling te maken. Daarbij komt dat precies de overgang van trap naar bordes de zwakke plek van het geheel is. Als je zo’n trap wil kantelen, moet je er dus elke keer heel goed over nadenken hoe en waar je hem beetpakt met de kraan, wil je hem niet beschadigen of zelfs breken.” Recepten uitwisselen Gespecialiseerd in prefab werk doet Tomaello
BV zelf geen vloeren; die zijn in Scheveningen door Eterno Minerals of the World uit Maasland gemaakt. In nauwe samenwerking met Tomaello
BV, dat wel. Onder meer om de kleur van trappen en vloeren goed op elkaar af te stemmen. Beide zijn licht; gemaakt met Noors wit, Verona, parelmoer, blauw glas en wit cement. Simpelweg het recept uitwisselen was niet
voldoende, al was het maar vanwege de verschillende technieken. Bij een vloer is immers de bovenkant de afwerking terwijl dat bij op de
kop gestorte elementen de onderkant is. Dat kan ervoor zorgen dat bij de een de korrel beter zicht Er zat soms zoveel wapening in de kist dat je je afvroeg waar de korrels dan moesten komen baar is dan bij de ander. “Je zult dus het recept moeten aanpassen aan de techniek om hetzelfde
eindresultaat te krijgen”, zegt Tomaello. En dan nog is er het verschil tussen horizontale en verticale oppervlakken en wat de lichtval daar mee doet. “Het uiterlijk zal altijd anders zijn maar je moet kunnen zeggen ja, dit zijn twee broers die bij elkaar zitten.” En dat is goed gelukt, verschil
tussen de trappen en vloeren is er nauwelijks. Hechtend en zwevend
Eterno had te maken met verschillende ondergronden voor de terrazzovloer. Op niveau -1 en +1 was dat een betonvloer waar de terrazzo
hechtend op kon worden aangebracht maar op niveau 0 was de vloer anders opgebouwd. Die vloer is dezelfde als die van de horecazaken die
op dat niveau zitten. Voor die bedrijven was een geïsoleerde vloer noodzakelijk, ze zitten immers boven het onderste parkeerdek. Ook moest er ruimte worden gehouden voor leidingwerk en afschot voor rioleringen. Vandaar dat de constructievloer op dat gehele niveau zo’n 30 a 40 cm lager is gehouden. Daar is vervolgens EPS op aangebracht. De restaurants konden daar een afwerkvloer naar keuze op aanbrengen, net als Eterno. “Wij hebben daar een 8 centimeter dikke betonvloer met een traditionele wapening en extra staalvezels op gemaakt”, zegt Cor Hoogeveen van Eterno Minerals of the World. “Een zwevende ondervloer dus en dat hebben we eigenlijk liever niet omdat er altijd wel een plek is waar hij niet voldoende zweeft. Scheurtjes zijn dan haast onvermijdelijk, zeker in zo’n ruimte waar je te maken hebt met tocht en uitdrogingsverschijnselen.” Passende decoraties Als ze er al zijn dan vallen de scheurtjes echter absoluut niet op; daarvoor vragen de decoraties in de vloer te veel de aandacht. Architect De Bruijn ontwierp een vloer met afbeeldingen die een sterk strandgevoel opwekken: golven, zon, zee en vissen. “Afbeeldingen in een vloer hadden we nog niet eerder gedaan”, zegt Hoogeveen. “Tomaello heeft wel veel expertise op dat vlak. Met hun hulp hebben we de speciale technieken die zij in de werkplaats gebruiken voor dit soort decoraties naar de werkvloer kunnen brengen.” Langs de wanden maakte Eterno banden met blauwe en witte golven. “Dat hebben we gedaan met rubbermallen met uitsparingen in die golfvorm. Daar stort je dan de ene kleur in. Als die voldoende is uitgehard kun je de mal weghalen en de golven in de andere kleur storten.” Sommige onderdelen van het grote logo, centraal in de entreehal, maakte Eterno met dezelfde techniek. De visjes komen echter uit de werkplaats van Tomaello. Voor de messing zonnetjes, die ook in de grote lichte vloervelden te vinden zijn, plaatste Eterno eerst metalen constructies die op hoogte gesteld konden worden. Daarop werden de 5 mm dikke messing figuren vastgezet, gelijk met de terrazzo toplaag. “De volgende keer zet ik ze wat lager; terrazzo schuur je wat makkelijker weg dan messing”, blikt Hoogeveen terug op het arbeidsintensieve werk. “Maar door al die decoraties is het echt een kunstwerk geworden en dat maakte deze vloer erg leuk om te maken.” Parkeergarage Noordboulevard

Opdrachtgever: Strandweg Vastgoed B.V., Den Haag
Architect: Wim de Bruijn Architectenbureau, Rotterdam
Aannemer: Sprangers Bouwbedrijf BV, Breda
Terrazzo trappen: Tomaello BV, Vlaardingen
Terrazzo vloeren: Eterno Minerals of the World, Maasland

Download voledige artikel van Mebest hier.

Vernieuwde Maastunnel ook weer open voor voetgangers

De Maastunnel in Rotterdam is sinds zaterdag ook weer open voor voetgangers. De renovatie van de voetgangerstunnel duurde elf maanden en was het laatste deel dat nog moest worden opgeknapt.

De renovatie van de Maastunnel begon in juli 2017 met de tunnels voor gemotoriseerd verkeer. Die werkzaamheden waren vorig jaar klaar. Het werk aan de fietstunnel werd eerder dit jaar na zeven maanden afgerond.

In de voetgangerstunnel werden de vloer, de wanden en het plafond aangepakt. Zo zijn de tegels vervangen en zijn er ledlampen opgehangen. De tunnel werd volledig afgesloten, omdat de bouwvakkers verf met de giftige stof chroom-6 erin moesten weghalen en het asbest moest worden geïsoleerd.

De gemeente Rotterdam had 262 miljoen uitgetrokken voor het project. De kosten zijn volgens een woordvoerder van de gemeente binnen dat bedrag gebleven.

Vanwege de maatregelen rond het coronavirus kan de gemeente Rotterdam geen feestelijke opening houden voor de voetgangerstunnel. Dat was vorig jaar nog wel het geval toen de autotunnel weer openging.

Rotterdammers die lopend of met de fiets naar de overkant van de Maas moesten, konden de afgelopen elf maanden gratis gebruikmaken van een veerdienst.

De Maastunnel is de oudste fiets- en autotunnel en de eerste afgezonken tunnel van Nederland. Rotterdam begon met de bouw in 1937. De tunnel was in 1942 klaar voor gebruik.
Bron: ANP
en Architectenweb

Old and new knitted together at De Lakenhal museum

  • Lakenhal Museum

Built in 1640 during Holland’s Golden Age by city architect Arent van ’s-Gravesande, Leiden’s palatial De Lakenhal cloth hall was testament to the city’s economic might and the renown of its main commodity. But if the impressive classical language of its facade spoke in power terms, its H-shaped plan was far more pragmatic, dealing with utility and process rather than civic and global stature. Merchants arrived by boat at its canal-side walled courtyard, submitting their goods to initial quality control in the open air or beneath the sheltering arcades of its two wings. From there merchants were received in the hall’s ground floor vestibule and left to wait in De Lakenhal’s northern courtyard, their goods taken to the first-floor trading hall to be sold.

Off this main trading hall four rooms served official and ceremonial purposes for the cloth guild: the Governor’s Office, the Steelmaster’s Office, the Brewmaster’s Room to oil the wheels of business, and, perhaps most importantly, the Stamp Room. Here, cloth meeting the guild’s quality standards was ‘stamped’ with a lead embossing of the city’s coat of arms, making it tradeable globally. Visitors to De Lakenhal Museum will chance upon this motif all over Rotterdam firm Happel Cornelisse Verhoeven’s new extension – with conservation and refurbishment by London’s Julian Harrap Architects.

The south face of the De Lakenhal museum facing onto the canal.
The south face of the De Lakenhal museum facing onto the canal. Credit: Karin Borghouts

If these historical functions appear self-evident to the visitor, that too is due to the architects, as changing use and piecemeal addition in intervening years had rendered the original building almost unrecognizable. A public museum opened in 1870 in its attic storey, reached by a new stair in the north courtyard, the lowest flight of which was relocated when the new Harteveltzaal gallery was built two decades later. A neo-classical extension with its own entry, added to the museum’s east wing, it compounded the spatial confusion with a warren of internal corridors. And when a 1980s steel and polycarbonate canopy clumsily enclosed the south courtyard, the building’s descent from monumental via the civic to the municipal was sealed. 

The latest scheme, won in competition in 2013, extended the complex to the west and north. It created two new state of the art gallery spaces below stacked service and administrative functions for the museum, and had at its heart the notion of stripping away past additions to reveal De Lakenhal in its former guise – a task that HCV Architects felt was best addressed with Harraps’ expert input. Under Harraps’ reinstatement and reinterpretation of the past plan, legibility is created for visitors with the £16 million result revealing the south courtyard in its full glory and the stair and circulation in the north courtyard making way for an orientating, internal central atrium, the Achterplaets. 

  • 1 of 4The north elevation’s brickwork required a number of ‘specials’ to generate its curious pixelated quality. Credit: Karin Borghouts
  • 1 of 4Access stair from vestibule to the first floor galleries. Credit: Karin Borghouts
  • 1 of 4The Achterplaets brings new purpose to the old north courtyard. Credit: Karin Borghouts
  • 1 of 4Upper level admin areas in the north extension above the main gallery have strong spatial components and a muted palette. Credit: Karin Borghouts

The museum’s new, four-storey post-modern north elevation, overlooking the Lammermarkt public square, is the most obvious aspect of this transformation. But if it looks radically different to the rest of De Lakenhal, HCV was, says partner Paul Verhoeven, inspired by van ’s-Gravesande’s original design. ‘While the concrete structure of its rear elevation is quite tall, we emulated his ideas to mitigate its scale with the Lammermarkt,’ he explains. ‘Where van ’s-Gravesande used projecting wings to deal with the lower scale of the canal frontage and the taller palace behind, we have fused the two in our elevation.’ Here, brick corbelling reveals itself by degrees from the facade of pale grey/green Petersen brick, delineating in negative the roofline edging the Lammermarkt, resulting in its angled window profile. Verhoeven adds that the decision to minimise surface modulation at upper levels was behind the gold powder-coated aluminium window sections, detailed to keep brick, glass and frame in line with each other. Seen together, there’s a sense of almost defensive drama. 

It’s one aided by the complexity of the brickwork in its rusticated base which required thousands of hand-cast ‘specials’. While keeping the museum’s main entrance via the south courtyard was as much an emotional as practical decision, it did avoid any need for circulation from the Lammermarkt side. But even on this ‘service’ side of the building, there’s robust dignity to the detailing. The steel access door for trucks delivering artworks was designed with artist Hansje van Halem and is counter-pointed by the smaller entrance to workshop and office floors above. Balancing the modulated triptych of openings is the large arched deep-set window that gives direct views in and out of the gallery – across to the 18th century De Valk windmill. The three arches reference its hemispherical cap, Verhoeven points out.  

From outside, HCV’s intervention is less obvious on the canal side, where the firm replaced an earlier extension with a narrow strip that provides a café and WCs accessed from street, courtyard or vestibule. It might be small, but it’s articulated. ‘Like the north elevation, we created a base plinth, mid section and crown. It’s classical but in a modern way,’ notes Verhoeven.

Internally, the biggest moves were reserved for the two new galleries and the north courtyard; revealing them necessitated wholesale removal of 150 years of random poché – including, controversially, the Joristrap staircase. But its snug repositioning behind the café was crucial to unlocking circulation, explains Verhoeven. Once more, van ’s-Gravesande’s north wings project visibly from his main block, forming three sides of the enclosed, rooflit Achterplaets, the north side of which has the entrance to the Harteveltzaal and HCV’s new galleries. ‘With the maze of corridors removed, the old north courtyard is the new orientation point for the museum, letting visitors move easily into our block, the original building, Harteveltzaal, or the 1928 wing,’ explains Verhoeven. Its ‘intelligent roof’ is formed of steel beams stretching its length, each alternate one containing a gutter for the double-glazed roof panels that run in a low zig-zag across it. High-level air feeds at the perimeter invisibly condition the space, exhausting out through De Lakenhal’s ground floor vestibule. Voids between bricks on its north face aid acoustic insulation to leave this concrete-floored hard space comfortably attenuated.

Bron: Riba

Niet alleen studenten leren in ERASMUS MC

Was het acht jaar, zestien jaar, twintig jaar? Het hangt er een beetje van af hoe je naar het project kijkt. Maar feit blijft dat de verbouwing van het academische ziekenhuis Erasmus MC in Rotterdam lang heeft geduurd. Mooi van zo`n langlopend proces is dat er veel te leren en te verbeteren valt. De vloer in de hoofdaders bijvoorbeeld

Lees het volledige artikel hier.

Lakenhal Museum heropend na Restauratie en Uitbreiding!

Eind 2009 stelde de gemeente Leiden het budget beschikbaar voor de restauratie van het rijksmonument De Laecken-Halle uit 1642 en de uitbreiding met een nieuwe vleugel in de museumtuin. Bouwcombinatie Nieuw Laecken, bestaande uit IBB Kondor en Koninklijke Woudenberg is in het voorjaar van 2017 gestart met de restauratie en de uitbreiding van het Museum. De werkzaamheden zijn in het najaar 2016 gestart, in juni 2019 werd het volledig vernieuwde museum feestelijk geopend door Zijne Majesteit de Koning.

Museum De Lakenhal is weer open! Op deze pagina kunt u alles lezen over de ideeën achter de restauratie en uitbreiding van Museum De Lakenhal, zoals de plannen die de architect voor ogen heeft, of welke ideeën er ten grondslag liggen aan de nieuwbouw aan de Lammermarktzijde.

Blikvanger van het vernieuwde museum zijn de twee tentoonstellingszalen die aan de zijde van de Lammermarkt liggen en 450 vierkante ruimte toevoegen aan het museum. In deze zalen vinden straks de tijdelijke tentoonstellingen plaats. De bestaande collectie zal worden getoond in de gerestaureerde oudbouw aan de Singel. Voor deze permanente tentoonstelling is een keuze gemaakt voor zeven Leidse verhaallijnen: Het Beleg en Ontzet van Leiden, Leiden als bakermat van de Gouden Eeuw, Leiden Universiteitsstad, Devotie in de Middeleeuwen en Renaissance, Zeven eeuwen Leids laken, Verzamelaars in de 18e eeuw en De moderne tijd.

  • Lakenhal Museum

OVER MUSEUM DE LAKENHAL

Museum De Lakenhal is het museum voor kunst, kunstnijverheid en geschiedenis van de stad Leiden. Tot de hoogtepunten uit de collectie behoren werken van oude meesters als Lucas van Leyden, Rembrandt van Rijn en Jan Steen, maar ook van moderne kunstenaars als Theo van Doesburg, Jan Wolkers en Erwin Olaf. Museum De Lakenhal maakt kwaliteitsvolle tentoonstellingen van (inter)nationaal belang op basis van Leidse bronnen. Het museum profileert zich als een vernieuwend netwerkmuseum en verbindt heden en verleden door bezoekers te inspireren met oude en nieuwe gezichtspunten.

Bronvermelding:

Lakenhal Leiden

De architect

Lakenhal